Za. 05 sept. tot en met maand. 07 sept.09
Driedaagse naar Île-de –France.


        41 deelnemers zijn zaterdag 05 sept. 09 in de vroege morgen present voor de driedaagse reis naar Île-de-France o.l.v. Ria Hoebeke.
Via Mons, Valenciennes en Cambrai komen we om 8u.25 in Assevillers (bij Peronne).
Na en korte koffiepauze zijn we terug op de bus en zet chauffeur Fons koers richting Amiens. We blijven op de A16 tot Hordivillers en volgen dan de D930 tot Gerberoy, een idyllisch Picardisch dorpje, dat bekend werd nadat de schilder Henri Le Sidaner, een vriend van Monet, er zich vestigde en er begon te schilderen.

                 

Hij zette zijn dorpsgenoten er toe aan hun huizen op te fleuren met rozenstruiken en bloemen. Sindsdien is Gerberoy bekend als rozendorp.
Ria leidt ons rond door het middeleeuws dorpje met stadspoort en kasteel dat terecht zijn plaats verdient op de lijst van ‘les plus beaux villages de France’. We lopen ook eens binnen in de St.-Pieterskerk, waar naast mooi houtsnijwerk, een drietal Aubussonwandtapijten te zien zijn, en wandelen langs mooi gerestaureerde vakwerkhuizen uit de 17de en 18de eeuw door de smalle met grote plaveien bestrate stegen terug naar de bus.
We verlaten Picardië en rijden via Lyons-la-Forêt naar les Andelys in het departement Eure ( regio Haute-Normandie), een stad ontstaan uit de samenvoeging van Grand-Andelys en Petit-Andelys, aan de rechter oever van de Seine.

       

In het hotel ‘La Chaîne d’Or’ wordt ons een zeer verzorgde lunch voorgezet : een pittig aperitiefje, een ‘Feuilleté de Poisson, sauce saffran’ een ‘volaille braisée sauce cidre’, een Normandische kaasschotel (Pont-l’Evèque en Livaro) en als dessert een ‘tarte Normandie’
Na de lunch rijden we via Port-Mort naar Giverny, de woon- en werkplaats van de impressionist Claude Monet.

        We bezoeken de bloementuin (de ‘Clos Normand’), de watertuin (met Japans bruggetje, waterlelies, azalea’s, blauwe regen en treurwilgen) en zijn door de Fondation Claude Monet fraai gerestaureerde woning. Tot de mooiste vertrekken behoren de blauwe leefkamer, de gele eetkamer vol Japanse etsen, de werk- en privékamers op de eerste verdieping (van waaruit we een mooi zicht hebben op de tuin) en de ruime keuken met blauwe tegeltjes.
Om 17u. verzamelen we bij het ‘Musée d’Art Américain, niet ver van de woning van Monet.
Via Nantes-la-Jolie verlaten we Normandië. We rijden naar Pontoise, hoofdstad van het departement Oise (regio Ile-de-France). Om half zeven staan we voor de ingang van het Novotel, ons verblijfhotel. Ria wijst de kamers toe. We hebben ruim de tijd voor een verfrissende douche en om half acht worden we in het restaurant verwacht voor het diner. We proeven een carpaccio van geitenkaas met tomaten, witte koolvis in papillotte en als dessert een fruitsalade.

zo. 06 sept. 09
        Na het ontbijt verzamelen we tegen kwart vóór negen op de busparking.
Fons probeert een defecte batterij te herstellen, maar moet uiteindelijk de hulp inroepen van de technische hulpdienst. Ria past het programma aan en doet met ons eerst de wandeling naar het haventje van Cergy.

Nadien bezoeken we de deels gotische, deels renaissancistische kerk toegewijd aan St.-Christoffel, gelegen in het oude centrum van de universiteitstad.

Om iets over half elf zijn we terug bij het hotel en het defect aan de batterijen is hersteld.
We rijden naar het nieuwe stadsdeel van Cergy-Pontoise, ‘l’Axe Majeur’, een drie km lang wandelparcours met trappen en terrassen.

Dit staaltje van moderne stadsarchitectuur omvat 12 stations, met o.a. het terras met de 12 colonnes ( ze verwijzen naar de 12 gemeenten die de stad omvat), de enorme ‘Esplanade de Paris, en ‘la Place des Colonnes’ in de vorm van een halve cirkel met de ‘Tour Belvédère’ als middelpunt.
Het is nu kwart vóór twaalf en we rijden via Meulan naar La Roche-Guyon.

Vanhier verder via Garny naar Vernon.

In het restaurant ‘Le Paris Plage’ aan de Place de Paris, nemen we de lunch

(een kirr, een zalmmousse, een ‘trou Normand’ een rundsbrochette met pepersaus, boontjes en frieten, en een chocolademousse als dessert).

Langs de boorden van de Seine rijden we naar Bizy.

We wandelen naar het tegen de kalkfalaizen gebouwde kasteel en bezoeken de er tegenover gelegen ‘verger-potager’, met voornamelijk oude appel- en pereboom-variëteiten.


        Om half zes keren we via Ambleville en Magny-en-Vexin terug naar het verblijfhotel.
Het avondmaal viel tegen: veel droge rauwe geraspte wortelen als voorgerecht, uitgedroogde stukjes rundsvlees met aangebakken aardappelschijfjes ( enkelen kregen ook frieten!) en als dessert een ruim grote beker met op de bodem een dun laagje chocolademousse met een afgemeten toefje crème Chantilly.
Ria wond zich over dit diner zo danig op dat ze meteen de hotelbaas belde.
Ter compensatie beloofde hij tegen de volgende ochtend een Amerikaans ontbijt met alles erop en eraan. Ook de bediening in de bar tartte elke verbeelding.
Maria Vos kreeg het water in de ogen als ze zag hoe de kelner de fruitsapjes, campari’s en andere pousse-cafeetjes – bij gebrek aan ijsblokjes- aanlengde met water uit de karaf.
Jammer, doodjammer …

ma. 07 sept. 09.
Na het (zoals beloofd), zeer verzorgd ontbijt, rijden we langs de Oise naar Chantilly. 

Tussen half elf en twaalf uur bezoeken we onder leiding van een zeer vlotte gids, het renaissancekasteel.

 

Op de gelijkvloerse verdieping leidt ze ons rond door de appartementen van de  hertog van Aumale.

Op de eerste verdieping bevinden zich de appartementen van de prinsen van Condé, de bibliotheek en – verspreid over meerdere zalen – de rijke kunstcol-lectie van de hertog, groot kunstliefhebber en laatste bewoner van het ‘Domaine de Chantilly’. Zijn kunstcollectie behoort – naast die van het Musée du Louvre in Parijs - tot de belangrijkste kunstverzameling van Frankrijk.
In 1885 schonk de hertog het kasteel en het domein aan het ‘Institut de France’ en bepaalde testamentair dat niets aan het kasteel mocht veranderd worden. De schilderijen hangen dus, zoals in die tijd gebruikelijk – lijst tegen lijst over de hele wand, alle scholen en perioden kris kras door elkaar.

Omstreeks het middaguur sluiten we het bezoek af met een zeer verzorgde lunch in het restaurant ‘La Capitainerie – Les cuisines de Vatel’ op de benedenverdieping van het kasteel.

Men serveert ons een ‘Quiche Lorraine’, ‘Saumon Polenta’ ( = een ratatouille op basis van griesmeel) en als dessert chocoladetaart ‘à la crème de Chantilly’.

Na de lunch bezoeken we het ‘Musée du Cheval Vivant’ in de gebouwen van de paardenstoeterij, een meesterwerk van architect Jean Aubert.

Afsluitend stellen een vijftal amazones in historische klederdracht, een serie dressuurnummers voor, terwijl ze de sierlijke bewegingen van de paarden be-commentariëren.

We verlaten Chantilly en via Senlis komen we omstreeks kwart vóór zes in Péronne voor een kleine lunch. 

Drie kwartiertjes later rijden we langs Cambrai en Valenciennes naar huis.

Onderweg vat Ria het driedaagse reisprogramma nog eens samen en dankt iedereen voor de prima samenwerking, de stipt nageleefde afspraken en de fooi.
De voorzitter dankt Ria namens de medereizigers voor het zeer verzorgde gidswerk, de hulpvaardigheid en de toewijding en de vlotte vertaling van de niet altijd gemakkelijke commentaren van de gidsen. Ook chauffeur Fons krijgt woorden van dank voor de veilige vlotte rit.
Een bijzonder dankwoord had Louis tot slot nog voor alle deelnemende Neos-leden die ook tijdens deze reis zorgden voor een gemoedelijke, vriendelijke sfeer.
Om 9u.15 nemen we afscheid van de vrienden die op de Boekfos afstappen en rijden door naar Affligem.
Omstreeks tien uur zijn we moe maar voldaan weer thuis.

------------------

(top)

(menu)